begin over de auteur boeken vertalingen luisteren werkplaats tientjeslid links contact                 

Tweedehands park

Blad: de Volkskrant
Datum: 2001-07-14

Park de Hoge Weide — Leidsche Rijn

In de zompige weilanden ten westen van Utrecht verrijst het nieuwe stadsdeel Leidsche Rijn. De eerste wijken zijn bewoond, scholen en winkels zijn geopend, het is tijd voor de final touch: de parken. Maar liefst negen staan er op de plattegrond getekend, van twee hectare tot driehonderd.

Tussen de wijken Langerak en Parkwijk komt Park de Hoge Weide. Omdat binnenkort het eerste deel van het park opengaat, is er deze middag een wijkschouw georganiseerd. Voor de ingang staan tafels en parasols. Ambtenaren drentelen rond om buurtbewoners te ontvangen. Achter hen ligt over de volle lengte van het park een vers opgeworpen heuvelrug, alleen via de ingang kun je het park inkijken en wat je ziet is zand, bergen zand. Overal klimmen kinderen verwoed rond op de hopen. Een meisje met lange spillebenen glijdt hortend van een talud naar beneden: is dit een glijbaan? Mmm, het gaat.
Het park heeft de vorm van een driehoek, met daarin achter elkaar een aantal afgeplatte heuvelruggen die in het midden worden doorsneden door het hoofdpad. Drie bruggen zullen de onderbroken heuvelkammen gaan verbinden. Door het hele park komt verder een lusvormig slingerpaadje. De begroeiing wordt vrij ruig. In het midden, onder de hoogspanningsleidingen die door het park lopen, komt een groot trapveld. Als de leidingen over een aantal jaren weggaan, blijft één mast staan.
Het park is voor alle leeftijden, van nul tot negenennegentig beklemtonen ambtenaren en ontwerpers, maar Connie Janszen, coördinator inspraak en procesbegeleiding, zegt onomwonden dat de Hoge Weide toch in de eerste plaats voor middelbare-schoolkinderen is. ‘Die hebben in Leidsche Rijn nergens een eigen plekje. Ze roepen nu al massaal dat hier niks te beleven is. Park de Hoge Weide wordt het avontuurlijkste park van het stadsdeel. Door die heuvels is er veel aan het oog onttrokken en dat is natuurlijk leuk.’ En de sociale veiligheid? Connie Janszen: ‘Als mensen echt door het park zouden moeten, dan zouden er veilige routes moeten zijn, maar ze hoeven niet door het park. Je moet ervoor zorgen dat in een nieuwbouwwijk niet alles veilig is, dat wordt zo saai, dat is vreselijk. Dit park wordt leuk vanaf acht jaar: om te voetballen, rond te hangen, lawaai te maken zonder dat je mevrouw Jansen lastigvalt.’ Ze lacht: ‘Dat was een vrouw bij ons in de straat vroeger.’ Park de Hoge Weide is nog lang niet klaar. Het is een tweedehandspark en een groeipark – nieuwe woorden voor een nieuw soort park. Dat kwam zo: op de plek van het park was een vuilstortplaats. Dat bracht de ontwerpers van Karres en Brands Landschapsarchitecten op een idee: als ze die stort nu eens niet als probleem zagen maar als inspiratie. Het thema werd: objet trouvé. Dat paste ook mooi bij de twee nabijgelegen parken, het Grote en het Kleine Archeologiepark. Want een nieuwe plek zoekt wortels, geschiedenis, dus die worden met een vergrootglas gezocht. En die werden gevonden. In Parkwijk en Langerak lagen sporen van nederzettingen uit de late IJzertijd en de Romeinse tijd. Vervolgens is het een mooi idee om de vuilstort als de recentste archeologische vindplaats van Leidsche Rijn te beschouwen, natuurlijk veilig ingepakt. Met ontwerper Joost de Natris sta ik in de bolle wind op het hoogste grondlichaam van elfeneenhalve meter. Achter de weilanden schieten in de verte de auto’s als dinky toys over de A2, de schoorsteen van de elektriciteitscentrale en de Douwe Egbertsfabriek markeren het begin van het oude Utrecht. De blik scheert over het nieuwe stadsdeel. Hier is de toekomst voorbereid. Enthousiast trekt Joost de Natris de archeologiegedachte door: Park de Hoge Weide wordt een verzamelplaats van gerecyclede materialen. Het zand is categorie 1A-zand, héél licht vervuild, geschikt voor sportvelden en parken. De lindebomen bij de ingang lopen al tegen de twintig jaar, ze komen van de Rijksstraatweg bij de Meern, waar ze plaats moesten maken voor een snelle busbaan. Voor de bestrating van het hoofdpad is al een schat aan materialen verzameld: oude stoeptegels, klinkers, putdeksels, duikers, rubbertegels, heipalen, spoorstaven, een restpartij groene tegels met witte spelende poppetje erop, betonplaten. Ook de drie bruggen over het hoofdpad moeten gevonden worden. Voor de grootste overspanning van dertig meter hebben de ontwerpers er al eentje op het oog: een ijle legerbrug, die nu op een werf ligt. Ook hebben ze twee zeecontainers op de kop getikt. Die komen als skyboxen op een heuvel met uitzicht op het trapveld.
Wanneer we afdalen tussen twee heuvelruggen, verdwijnt de wijk uit het zicht, ineens zijn we in een lang, smal en besloten dal. ‘Hier zou een rododendronvallei kunnen komen,’ zegt De Natris. Hoe het park eruit gaat zien, dat zal in de loop der jaren pas blijken. De ontwerpers laten dat afhangen van de materialen die zich aandienen en van het dagelijks gebruik: wat doen mensen zoal in het park? Wensen zijn er al heel wat geuit: de lagere school wil een vierseizoenenroute, zodat er in elk jaargetijde iets bloeit, de Dierenbescherming wil graag dat de hondenspeelwei zo wordt ingericht dat ze er hondengehoorzaamheidslessen kan geven, er is veel vraag naar een voetbalkooi, de Kinderraad van basisschool De Achtbaan wil een fietscrossbaan. Tijdens de wijkschouw loopt de twaalfjarige Abdellah Khelifi met een handtekeningenlijst rond: ‘De gemeente zei: als je genoeg handtekeningen verzamelt dan komt die crossbaan er wel. We hebben ook SnowWorld en een kartbaan gevraagd, maar dat was te duur.’ Verlegen lacht hij we-konden-het-toch-proberen. Wanneer ik opper dat ze nu op die zandhopen toch al mooi kunnen crossen, kijkt hij me meewarig aan: ‘Daar kom je niet levend uit, er zijn veel hobbels, geen crossbaanhobbels, maar hobbels met stenen. Voor een crossbaan zijn speciaal zand en modder en plassen nodig.’
De ontwerpers barsten van de ideeën. Is het geen idee fixe dat wijkbewoners hun park zelf gaan inrichten, hebben ze daarvoor niet een te traditionele voorstelling van een park? Diplomatiek antwoordt Joost de Natris dat hij een fietscrossbaan een heel leuk idee vindt. Connie Janszen vertelt dat bewoners van de Tweede Oosterparklaan, die tegenover het park ligt, aanvankelijk wel hebben gemopperd: ‘Zouden we een park krijgen, zitten we tegen grote bergen aan te kijken.’ Maar langzaam krijgen ambtenaren en ontwerpers het voordeel van de twijfel. Het wordt geen klassiek park met keurige gazons, mooie bloemperken en strakke paden. Het wordt een ruig park, een onvoorspelbaar park, een park dat in beweging blijft.
* Inmiddels omgedoopt tot Prinses Amaliapark en Archeologiepark

Naschrift:
Twee jaar later. Het park ligt er onveranderd en troosteloos bij. De bewoners bleven zeer ontevreden en gingen ook met aanpassingen niet akkoord. Ze wilden ‘bomen, grasveldjes, wandelpaden, bankjes, voorzieningen voor jongeren en vooral geen steile heuvels.’ Het park moest helemaal op de schop. Na een ‘nieuw, interactief planproces’ met nieuwe landschapsarchitecten heeft de buurt eind 2004 gekozen voor het schetsontwerp van Buro Sant en Co. In 2006 moet het nieuwe Park de Hoge Weide klaar zijn.

 
 

begraafplaatsen

Het eerste graf
De graven zijn kleurrijk en gevarieerd: een teddybeer, een tulp, vier azen met als opschrift: `Buiten haar familie om was bridgen haar lust en haar leven´. Een bronzen Christus hangt aan het kruis onder een afdakje, tegen de voet staat een vakantiekiekje   

de Volkskrant

 

Duitsland

Das dritte Leben von Blankow
Mein Dankwort anlässlich der Verleihung des Annalise-Wagner-Preises 2010 am 26. Juni jenes Jahres für Blankow oder Das Verlangen nach Heimat. Damit hat das dritte Leben des Buches begonnen. Über Gedächtnis und wie man es im Leben hält.   

Blankow

 

divers

Louis Zwiers (2)
Regen en verdriet
Waarin we zijn vrouw in de rolstoel mee uit wandelen nemen, overvallen worden door tranen om haar dode moeder en bij de slijter een paraplu lenen.   

ongepubliceerd

 

Duitsland

Homo faber, was treibt dich?
In Volker Schlöndorffs Filmadaption Homo faber steht das filmische Zeichensystem im Dienste der Liebesgeschichte und nicht der ominösen, zum Scheitern verurteilten Flucht vor dem Schicksal wie in Max Frischs Roman. Eine vergleichende Analyse.   

Universiteit van Amsterdam

 

jacht

Jagen mit trockenen Augen
April 2013 publizierte die Zeitung de Volkskrant meinen ersten öffentlichen Auftritt als Jäger. Und auch heute gilt für mich noch: »Wir jagen nicht, um über die Natur zu herrschen, sondern weil wir Natur sind.«   

de Volkskrant

 

landschap en openbare ruimte

De verklimopping van het landschap
We willen rustig wonen, dus rijden we steeds meer door tunnels en langs geluidwerende wanden. Kunstwerken & Kunstwerken onderzoekt de spagaat. Nederland, straks niet langer het land van de polders, maar het land van de groene wanden?   

Kunstwerken & Kunstwerken

 

Duitsland

Annalise-Wagner-Preis 2010 an
Die niederländische Autorin Pauline de Bok erhält den "Annalise-Wagner-Preis 2010" für ihren dokumentarischen Roman Blankow. „Die einfühlsam, jedoch unsentimental in eine poetische Sprache gebrachte Spurensuche zieht den Leser in ihren Bann,   

Blankow

 

gezondheidszorg

Lekker vies, heel gezond
Gelukkig kunnen we het gekrioel van ziektekiemen niet met het blote oog waarnemen, dat heeft de schepper goed bedacht. Maar met de microscoop zijn we hem te slim af. En nu poetsen we tot we er letterlijk ziek van worden.   

Metro

 

jacht

De jager bespied
Een fotograaf reist heel Europa door op zoek naar de geheimen van de jacht. Dat levert tijdloze beelden op. Niet over doden, maar over een mens in het landschap, die zit en wacht op het wild, of het besluipt, als een dier.   

De Jager

 

Duitsland

Eine Analyse des Schweigens
In der Novelle Wir töten Stella lässt Marlen Haushofer (1920-1970) die Protagonistin gnadenlos das Familiengewebe untersuchen, das den Tod eines jungen Mädchens hervorgebracht hat. Der goldene Käfig hat sich in einen Kerker verwandelt.   

Universiteit van Amsterdam