Auteur: Pauline de Bok

  • Syrisch-orthodoxe begraafplaats


    Ik lees al die exotische geboorteplaatsen: Midyat, Kefre, Al Hasakah, Beiroet, Mizizah Köyu. Gestorven zijn ze in Oldenzaal, Berlijn, Britsum, Antwerpen, Rijssen, Malmö, Hoofddorp, Keulen, Emmen. En nu liggen ze hier in Twentse aarde.


  • Rituele dans rond het sterfbed


    Het lijkt wel of we onze vergankelijkheid steeds minder voor lief nemen. De dood is een bedrijfsongeval. Het had eigenlijk niet mogen gebeuren. We vinden het al snel onrechtvaardig als iemand sterft. We gaan gebukt onder de vraag: waarom hij?




  • Dat nieuwe millennium begint langzaam iets te worden in mijn kop. En al heb ik nog een jaar of dertig, veertig te gaan, mijn eeuw is voorbij. Ik ben in één klap een eeuw ouder. Ik ben achter de horizon van het nieuwe millennium geboren.




  • Het ergste is die hulpeloosheid. Op school is geschoten, je gaat meteen met de pootjes omhoog liggen, je vriend en ouders zeggen: niet aanraken, kijk uit, daar moet professionele hulp bijkomen.




  • Heerlijk was het, zo’n land waar je zonder nadenken kunt betalen. Pingelen is overbodig, de prijzen ontlopen elkaar niet veel. Dat is pas beschaving. Maar ze gaan eraan, de vaste prijzen en ik word tot wandelende calculator gedegradeerd.


  • Doodsberichten


    Voor Doodsberichten werkte ik drie jaar als vrijwilliger in de terminale thuiszorg en tekende de gebeurtenissen op. Door elk van de vijf verhalen speelt de vraag: Hoe leven mensen in het aangezicht van de dood?


  • Lekker vies, heel gezond


    Gelukkig kunnen we het gekrioel van ziektekiemen niet met het blote oog waarnemen, dat heeft de schepper goed bedacht. Maar met de microscoop zijn we hem te slim af. En nu poetsen we tot we er letterlijk ziek van worden.


  • Het gestolen tabernakel


    Er volgde ‘een licht hysterische reactie, ook van de landelijke katholieke pers, waarbij De Maasbode het voortouw nam door particuliere detectives in te huren.’ Al snel ontstond er een devotie op de plek…




  • `Als iemand met slecht weer wordt begraven, dan plonst het lichaam met kist en al in het water. Dat is een rotgehoor.´ De laatste jaren liggen er in Nijkerkerveen alleen nog mensen uit het joods psychiatrisch ziekenhuis.


  • Boefiepoepie


    Van een dier kun je onbeschaamd houden. In marmeren harten staan de intiemste koosnaamnpjes gebeiteld. `Ceasar / ouwe pik van ons / moederskind´. Op geen gewone begraafplaats laat het poëtische gemoed zich zo lustig gaan.




  • Het is een mooie plek, niets klopt er. Een meisje bedelde om een gulden voor een ijsje. Jaja. Iets verderop maakte een loverboy ruzie met het meisje dat voor hem werkt. Of toch niet?


  • Het eerste graf


    De graven zijn kleurrijk en gevarieerd: een teddybeer, een tulp, vier azen met als opschrift: `Buiten haar familie om was bridgen haar lust en haar leven´. Een bronzen Christus hangt aan het kruis onder een afdakje, tegen de voet staat een vakantiekiekje