• Langs de Nemunas


    Majestueus stroomt de Nemunas door Litouwen. Langs het vergeten kuuroord Druskininkai, het verlopen Liskiava, de nieuwe rijkdom van Kaunas en het houtvlottersstadje Rusne, waar ze zich verbreedt tot een delta en aarzelend in de Baltische Zee verdwijnt.




  • Marja Wille-Buurman `Wanneer psychoanalyse wel kan helpen? Als je veel last van jezelf hebt, je ongelukkig voelt, óf heel weinig voelt. Als je niet in staat bent een intieme relatie aan te gaan, telkens weer wegloopt of verlaten wordt…´


  • Jagen, leven en lot


    Had ik in de tijd van mijn grootouders geleefd, dan was ik al bezweken. Dat besef ik eens te meer sinds ik jaag. Veilig zijn we niet, het is vooral een kwestie van geluk of pech – van je lot.


  • `Hier hoort geen bos´


    `Voor sommige mensen is alles wat je aan het bestaande landschap verandert vloeken in de kerk. Anderen zeggen: “Wat een geneuzel, we hebben niets meer met dat oude landschap.”´ Maar het meest verneemt hij toch: `Hier hoort geen bos.´




  • Geleidelijk doen ook migranten meer beroep op ouderenzorg, maar die is nog helemaal niet op hen toegesneden. Gesprekken met geestelijk verzorgers pandit Attry Ramdhani en imam Adem Kose over ziekte, ouderdom en dood, in hindoeïsme en islam.


  • Overnachten in Klínovec


    In sleets zwart pak met wit overhemd stapelt de kelner de borden vakkundig op. Hier is het personeel nog schoolgegaan en heeft behalve het vak ook de bijbehorende uitgestrekenheid geleerd. Alleen zijn blauwe oog verraadt een beweeglijk gemoed.




  • Ouders breken zich het hoofd om hun kroost in de zomervakantie te vermaken. Wat is een mooier tijdverdrijf dan je kind leren zwemmen? `Ik heb het wel eens geprobeerd´, zegt de vrouw in het Zuiderbad, `maar hij wil niet naar me luisteren.`




  • Ja, ik was er ook, bij de opening van `Het Plein der pleinen´, dat verdacht veel van een grasvlakte heeft. Een vonkje vuurwerk, een musical-potpourri van Joop en Freek, die rijmde als ware hij Sinterklaas zelve.


  • Die Flucht von Helmut Halm


    In Martin Walsers Novelle Ein fliehendes Pferd begegnen sich zwei Ehepaare am Bodensee. Die Männer, Mitte vierzig, sind alte Schulkameraden. Drei Tage wie ein verheerender Wirbelsturm vollziehen sich. Ein Porträt des Protagonisten Helmut Halms.




  • Als mijn buurmeisjes zich mooi maken trekken ze een roze kermisjurk aan en lakken hun nagels goudkleurig . Ze zijn de prinses. Als mijn excentrieke vriendin uitgaat, draagt ze een verfrommeld grijs truitje, met de prijs van een bruidsjurk.




  • Op het zebrapad stak iemand over. Even was er geen enkele beweging op het kruispunt, niemand toeterde, belde of vloekte. Het was alsof de tijd was stilgezet. Iedereen was verzonken in het lopen van die vrouw.




  • Het is een mooie plek, niets klopt er. Een meisje bedelde om een gulden voor een ijsje. Jaja. Iets verderop maakte een loverboy ruzie met het meisje dat voor hem werkt. Of toch niet?